Iedereen heeft wel een begrip van het woord ruimte. Het betekent niet alleen de plaats om je in te bewegen, maar duidt ook op een gevoel dat we kunnen hebben. We worden er vaak van bewust wanneer we er een gebrek van ervaren.

Fysieke ruimte
Hoe beschrijf je fysieke ruimte? Je kan het alleen maar beschrijven aan de hand van wat het begrenst en wat je er in vindt. En dit hangt weer af van het perspectief dat je inneemt. Als je je in een kleine ruimte bevindt, ervaar je de ruimte anders dan wanneer je bijvoorbeeld buiten staat, op een groot plein of op de top van een hoge berg. En vanuit de ruimte is het weer anders. Kijkend op een mooie donkere nacht naar de sterrenhemel beseffen we wellicht het meest dat de ruimte grenzeloos is en dat alles wat waargenomen kan worden zich bevindt binnen die oneindige ruimte.

Innerlijke ruimte
Onze ‘innerlijke’ ruimte is niet veel anders. Wanneer we tijdens de meditatie even de ogen sluiten en aan iets prettigs denken, zal ons lichaam en geest ontspannen en wat expanderen. Het lichaam zet letterlijk een beetje uit. Wanneer we vervolgens aan iets denken dat onplezierig is en dat ons misschien wat zorgen baart, voelen we hoe ons gezicht wat strakker wordt, net zoals de buik en andere delen van ons lichaam. Wanneer ons lichaam en geest ontspannen ervaren we een groter gevoel van ruimte in onszelf en wellicht ook buiten onszelf. Als we dit gevoel van ruimte onderzoeken, ontdekken we dat die ruimte ook grenzeloos is; je kan namelijk geen grenzen ervaren. We hebben nooit de ervaring van ruimte, vervolgens een grens aan die ruimte en daarbuiten geen ruimte want hoe zou dat moeten voelen, geen-ruimte? Het bijzondere is dat hoe sterker het gevoel van ruimte aanwezig is, hoe meer we het gevoel hebben dat we onszelf zijn of kunnen zijn. Het is heerlijk om gewoon te zijn wanneer we ruimte ervaren. En hoe ‘grenzelozer’ we onszelf voelen, hoe meer we het gevoel hebben werkelijk te leven. Wanneer we echter geen ruimte ervaren, wanneer we verzonken zijn in onplezierige gedachten en verhalen, neemt dat gevoel van ruimte af en verkrampt ons lichaam en gezicht en voelen we ons vaak opgesloten in onszelf; we voelen ons begrensd en wat gescheiden van het leven.

Liefdevolle vriendelijkheid
Er is een hele eenvoudige wijze om het gevoel van ruimte te ervaren en de Boeddha heeft er vaak over gesproken; het sleutelwoord is liefdevolle-vriendelijkheid. We kunnen dit voor onszelf vrij eenvoudig testen. Wanneer je merkt dat je gezicht, en dus ook je buik – want gezicht en buik werken samen – wat strakker is geworden en je zorgelijke of andersoortige gedachten hebt, maak dan je gezicht wat vriendelijker en wat zachter, en meteen zal je wat meer ruimte ervaren. Het is voor negatieve gedachten namelijk moeilijk om zichzelf voort te zetten in een verhaal wanneer je een vriendelijke houding t.o.v. die gedachten inneemt.

Alles is een en alles is verschillend
Als we door liefdevolle-vriendelijkheid ruimte ervaren, zijn we tegelijkertijd ook gewaar van ons lichaam, en van onze geest ‒ een gedachte, een herinnering of een mentaal beeld ‒, en van de wereld om ons heen. Als we goed kijken zien we dat die gewaarwordingen binnen de ruimte worden ervaren. We hadden al gezien dat er geen ervaring is van grenzen aan de ruimte, of het bestaan van een ervaring van niet-ruimte. Toch twijfelen we soms en is het goed om dit te onderzoeken. Het beste is om dan weer even de ogen te sluiten en te kijken of we bijvoorbeeld ons lichaam ervaren binnen of buiten de ruimte. Als het buiten de ruimte ervaren wordt, dan moeten we dus ruimte ervaren, dan een grens, en dan ons lichaam. Het wordt snel duidelijk dat dit niet zo is; er is geen grens te ontdekken. Er is de ervaring van ruimte en daarin ook de ervaring van het lichaam. En zo is het ook met de ervaring van de geest, of elke andere ervaring zoals een geluid, of reuk, e.d. Alles wordt binnen de ruimte ervaren net zoals het universum alles omvat. Alles is één, en binnen die eenheid hebben alle dingen hun eigen plek.

Gewaarwording
Soms ‘ontbreekt’ een gewaarwording, bijvoorbeeld die van het lichaam. We kunnen soms zo opgaan in bijvoorbeeld onze favoriete muziek dat we ons lichaam even niet ervaren. Dat doet echter niets af aan ons besef van aanwezig te zijn. Soms is de geest even afwezig, bijvoorbeeld wanneer we geconcentreerd iets aan het doen zijn. Ook dat doet niets af aan ons besef van te bestaan. En soms is de wereld er even niet en ook dat is geen probleem. Gewaarwordingen komen en gaan maar de ruimte, waarin inherent het weten van te zijn aanwezig is, blijft onveranderlijk aanwezig omdat het iets is dat geen kenmerken heeft die aan verandering onderhevig zijn. Het heeft geen begin of eind, geen grens, noch enig objectief kenmerk en toch is het heel direct ervaarbaar en weten we allen intuïtief wat het is.

Grenzeloze ruimte
Alhoewel grenzeloze ruimte ons ware thuis is, is het besef ervan vaak in ons dagelijks leven afwezig. We voelen ons soms meer geleefd door alles wat er gebeurt, en daardoor lichamelijk en geestelijk gespannen, dan dat we de ontspannen en liefdevolle-vriendelijke houding ervaren waarover het boeddhisme spreekt. Waarom is dit? Deels door allerlei onprettige ervaringen in ons vroege leven, door wat ons vroeger is verteld, en de voorbeelden die ons door anderen zijn gegeven, en door biologische redenen, zijn we ons gaan vereenzelvigen met de lichamelijke en mentale gewaarwordingen en die gaan zien dat als ons ‘ik’ en zijn we alle andere gewaarwordingen gaan beschouwen als ‘niet-ik’, als ‘de ander’ en ‘de wereld buiten mij’. Hoe sterker die vereenzelviging, hoe minder we gewaar zijn van de open, grenzeloze ruimte. En hoe minder we gewaar zijn van de ruimte, hoe meer we verzeild raken in de verhalen in ons hoofd en hoe verkrampter van lichaam en geest we worden. Het is daarom dat het zenboeddhisme zo’n nadruk legt op het stilzitten in meditatie want dat is een krachtige ingang tot het hernieuwd ontdekken en herinneren dat we grenzeloze open ruimte zijn.

Dit is een verkorte versie van een artikel geschreven door eerw. Baldwin. Het complete artikel kunt u hier lezen.